Sinds 1 juli 2015 is de Wet flexibel werken van kracht. Deze wet vervangt de Wet aanpassing arbeidsduur. Doel van de Wet flexibel werken is het flexibel werken te bevorderen door werknemers het recht te geven om een verzoek in te dienen om hun arbeidstijd, werktijd of arbeidsplaats aan te passen.

Nu kunnen werknemers (op grond van de Wet aanpassing arbeidsduur) alleen nog een verzoek doen om het aantal uren dat ze werken aan te passen. Dit verzoek mag de werknemer 1 keer per jaar doen en hij moet dit verzoek indienen 2 maanden voor de beoogde ingangsdatum. De werkgever moet uiterlijk 1 maand voor de beoogde datum reageren op het verzoek. Wanneer hij dit nalaat, dan wordt de arbeidsduur, de arbeidsplaats of de werktijd aangepast overeenkomstig het verzoek van de werknemer. De werkgever kan het verzoek om aanpassing van de arbeidsduur of de werktijden alleen afwijzen indien er een zogenoemd zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang is. De afwijzingsgrond van de spreiding van de uren als gevolg van de aanpassing arbeidsduur/werktijd is de redelijkheid en billijkheid. De werkgever kan het verzoek om aanpassing van de arbeidsplaats (thuiswerken) afwijzen. De werkgever moet het verzoek volgens de wet overwegen en bij afwijzing is de werkgever gehouden om ‘overleg met de werknemer te plegen’. De bepalingen van de Wfw zijn alleen van toepassing op werkgevers die meer dan tien werknemers in dienst hebben.
Raadpleeg Bouwend Nederland wanneer je een aanpassingsverzoek van een werknemer voorgelegd krijgt.

Download onze modelverklaring wijziging arbeidsovereenkomst.