Pensioen

Pensioen is ‘geld voor later’. Voor als de werknemer niet meer werkt vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd of als de werknemer niet meer kan werken vanwege arbeidsongeschiktheid (het zgn. arbeidsongeschiktheidspensioen).
In de cao Bouw & Infra wordt in hoofdstuk 10 nader ingegaan op de Pensioenregeling voor de Bouw (artikel 85a en 85b. Er staan in de cao ook een drietal artikelen over pensioen(opbouw) in bijzondere situaties: het arbeidsongeschiktheidspensioen (artikel 86), de pensioenopbouw in het tweede ziektejaar (artikel 80) en de pensioenopbouw bij werkloosheid (artikel 83).
De volledige pensioenregeling en uitgebreide informatie over de pensioenregeling in de bouw & infra staan op de website van het Bedrijfstakpensioenfonds voor de BOUW.
Pensioenregeling voor de Bouw
Werkgevers zijn verplicht aangesloten bij het bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid (bpfBOUW). BpfBOUW geeft uitvoering aan de pensioenregeling voor de Bouwnijverheid. Werknemers nemen (verplicht) deel aan deze pensioenregeling. De rechten en plichten van werkgevers en werknemers zijn vastgelegd in de desbetreffende reglementen van bpfBOUW.
Pensioen- en aanvullingsregelingen bouwplaatswerknemers
De pensioenregeling van bpfBOUW voor bouwplaatswerknemers bestaat uit een middelloonregeling, een aanvullingsregeling 55- (regeling voor werknemers die op 1 januari 2005 jonger dan 55 jaar waren) en een arbeidsongeschiktheidspensioenregeling. Voor 2017 gelden de volgende premies:
- middelloonregeling: 20,2% van de pensioengrondslag (pensioenloon minus bodemloon), waarvan 7,3427% voor rekening komt van de werknemer;
- aanvullingsregeling 55-: 12,7%, waarvan 10,2% van de pensioengrondslag en 2,5% van het pensioenloon van de werknemer. Van het premiepercentage van 10,2% komt 3,7077% voor rekening van de werknemer en van het premiepercentage van 2,5% komt 1,25% voor rekening van de werknemer;
- arbeidsongeschiktheidspensioen: 0,15% van de pensioengrondslag, waarvan de helft voor rekening komt van de werknemer.
- De premie voor de middelloonregeling is tot en met 2019 gemaximeerd op 20,2% van de pensioengrondslag.
- Voor de hierboven bedoelde premies met premiegrondslag de pensioengrondslag, geldt dat tot het grenspremiepercentage van 26,6%, de werkgever 65,6% betaalt en de werknemer 34,4%. De premies worden hiervoor bij elkaar opgeteld. Vanaf het grenspremiepercentage betaalt zowel de werkgever als de werknemer 50%. Het werknemersdeel wordt op vier cijfers achter de komma afgerond. De werkgever betaalt de resterende premie.
- Zowel de werkgever als de werknemer betaalt 50% van de hierboven bedoelde premie met premiegrondslag het pensioenloon van de werknemer.
Meer informatie over de pensioenpremies en de pensioenregeling vind je op de website van bpfBOUW.
Pensioen- en aanvullingsregelingen uta-werknemers
De pensioenregeling van bpfBOUW voor uta-werknemers bestaat uit een middelloonregeling, een aanvullingsregeling 55- (regeling voor werknemers die op 1 januari 2005 jonger dan 55 jaar waren) en een arbeidsongeschiktheidspensioenregeling. Voor 2017 gelden de volgende premies:
- middelloonregeling: 20,2% van de pensioengrondslag (pensioenloon minus bodemloon), waarvan 8,1577% voor rekening komt van de werknemer;
- aanvullingsregeling 55-: 3,93%, waarvan 2,73% van de pensioengrondslag en 1,2% van het pensioenloon van de werknemer. Van het premiepercentage van 2,73% komt 1,1025% voor rekening van de werknemer en van het premiepercentage van 1,2% komt 0,6% voor rekening van de werknemer;
- arbeidsongeschiktheidspensioen: 0,15% van de pensioengrondslag, waarvan de helft voor rekening komt van de werknemer.
- De premie voor de middelloonregeling is tot en met 2019 gemaximeerd op 20,2% van de pensioengrondslag.
- Voor de hierboven bedoelde premies met premiegrondslag de pensioengrondslag, geldt dat tot het grenspremiepercentage van 20,8%, de werkgever 60,6% betaalt en de werknemer 39,4%. De premies worden hiervoor bij elkaar opgeteld. Vanaf het grenspremiepercentage betaalt zowel de werkgever als de werknemer 50%. Het werknemersdeel wordt op vier cijfers achter de komma afgerond. De werkgever betaalt de resterende premie.
- Zowel de werkgever als de werknemer betaalt 50% van de hierboven bedoelde premie met premiegrondslag het pensioenloon van de werknemer.
Meer informatie over de pensioenpremies en de pensioenregeling vind je op de website van bpfBOUW.
Arbeidsongeschiktheidspensioen of aanvulling op de WGA-uitkering
Als een werknemer na 2 jaar arbeidsongeschiktheid nog niet volledig hersteld is of zelfs duurzaam arbeidsongeschikt is, ontvangt hij een WIA- of IVA-uitkering. Deze uitkering is lager dan het vast overeengekomen loon dat hij tijdens zijn dienstverband verdiende. Daarom is er in de Pensioenregeling een arbeidsongeschiktheidspensioen opgenomen. Dit arbeidsongeschikheidspensioen vult het inkomensgat gedeeltelijk aan, zodat de werknemer er niet teveel in inkomen op achteruit gaat.
Meer informatie over het arbeidsongeschiktheidspensioen vind je op de website van bpfBOUW.
Pensioenopbouw in het tweede ziekte jaar
In het tweede ziektejaar verdient de werknemer 70% van zijn vast overeengekomen loon. Dit zou normaliter betekenen dat de werknemer een lager pensioen opbouwt als gevolg van zijn arbeidsongeschiktheid.
Cao-partijen vonden dit niet wenselijk en hebben daarom besloten ook in het tweede ziektejaar het pensioen volledig opgebouwd moet worden. Dit is vastgelegd in artikel 80 cao Bouw & Infra en in artikel 25 van het Pensioenreglement Bouwnijverheid.
Pensioenopbouw bij werkloosheid
Voor de werknemer die direct aansluitend op zijn dienstbetrekking met zijn werkgever recht heeft op een uitkering als bedoeld in de Werkloosheidswet of Ziektewet wordt, indien wordt voldaan aan de voorwaarden zoals vastgelegd in artikel 83 cao Bouw & Infra en het Reglement Aanvullingen en uitkeringen van de Stichting Aanvullingsfonds (klik hier), gedurende maximaal 6 maanden na aanvang van die uitkering een bedrag aan de pensioenuitvoerder betaald ten behoeve van de voortzetting van de ouderdomspensioenopbouw.